Appelsap

Plots, een hand op m'n schouder -
gegons in mijn hoofd - gepakt door de jager.

Maar nee...het is de boodschapper.
Over de man  met de glimlach.
Het gaat niet zo goed met hem.
Het is kwaadaardig en zit op de aalvleesklier.

Even keer ik jaren terug...
in de wagen met haar.
We zijn alleen in de gietende regen.
En ik brul het uit met tranen :

"Besef je dan niet ? 
Jouw grootvader gaat sterven.
Je hoop steekt als een mes in zijn rug.
Laat hem, en geef hem toch rust."

Ik kijk terug naar de boodschapper.
"Ik ben geen wezel meer", zeg ik.
Wat fout is hoort zo te zijn.
En het is mijn taak om het te maken.

Die avond schenk ik een glas
van honderd procent puur geperst.
Ongefilterde smaken en geuren van de appelboomgaard.
Gulzig drink ik het levensap en laat me wassen van schuld en dood.
Een leeg glas zet ik neer en ik adem geluid.

Een druppel raast naar beneden,
het hout tegemoet.
Ik haast me met mijn vinger, maar ik stop,
en denk : acht...wat maakt een vlek.

Vandaag gebeurd en geschreven op de net gekochte noten van het Requiem van Faure, 13 Mei 2004.

Terug naar overzicht