Geurige Bloemen

Stil.
Zeg maar niets.
Ik weet het verhaal.

Het begon een jaar geleden, 
toen je voor het eerst verscheen,
en ik me wel moest verspreken.
Sindsdien wisten we beiden.
Toch zwegen we al die tijd.

Ik heb toen een mooie stoel voor jouw gemaakt,
versierd met bloemen.
Maand na maand bleef ik ze vervangen 
als ze verwelkten.

Ik liet je de stoel nooit zien.
Toch zag ik je vechten met de bloemengeur,
verscheurd door schuldig verlangen.
Want naast jouw stond een man 
die niet wist dat hij je rechter was geworden.
Maar zijn vonnis is nooit gekomen.
Is hij zelf in de beklaagdenbank gekropen ?

Zo stond je gisteren voor mijn deur,
met betraande ogen,
en scheurde je weg dat boetekleed.
En daar stond naakt de vrucht van mijn verlangen.
Bebloed door de doornen van haar eigen schuld.

Nu lig je naast me met droge wonden
en wil je vertellen.
Maar ik raak je lippen.

Stil maar.
Ik weet het verhaal.
Ik zal wachten tot je wonden geheeld zijn.
En dan zal ik je vragen om plaats te nemen
op de stoel met geurige bloemen.

Antwerpen, Oktober 2004.
Terug naar overzicht