Kroniek van een belangrijke dag.

Deze middag zocht ik toegang tot de Tempel der Letteren.
Tot mijn opluchting werd ik al snel geholpen door een man die de directeur bleek te zijn.
Hij melde dit op zeer indirecte wijze : "...dan heb ik uw dossier mee ondertekend!".
Enige fierheid over zijn status kon hij niet verborgen houden.
Fierheid is ongevaarlijk.
Hij leidde mij binnen met brede grijns die hij trachtte te verbergen.
Dus moest het over mij gaan dacht ik zo, en ik bleek gelijk te hebben.
Halverwege de tweede verdieping liet hij zich in het obligatoir liftgesprek ontglippen :
"Meestal zie je hier oudere mensen..."
Zijn eerlijkheid luchtte op want gaf aan dat zijn grijns geen venijn verborg.
Ik wist me te verklaren door te melden dat hij mij eerder met strips dan literatuur mocht associeren.
Maar tegelijk viel me te binnen dat een schrijfster van belgische origine,
met een naam die gonst als een kamervoorzitter 
lang heeft moeten knokken tegen een zelfde vooroordeel : 
literatuur wordt gemaakt door heren van middelbare leeftijd.
En dat was in deze tempel niet anders.

Maar zoals ik al zei, ik kwam voor strips.
Of liever, om strips te maken.

In het volgende uur ontwikkelde zich een raar tafereel.
Plotsklaps werden wij Meesters en Rapen.
Het ging over jonge prinsessen in hedendaagse kastelen met zesendertig kamers.
Alles werd gekruid met akelige toevalligheden over Schotten en Kelten en geboorteplaatsen.
Het gesprek fladderde luchtig over Bloomsday en Virginia Wolf,
en tussen alle literaire namesdroppings door waren daar ook Ingres, Van Dyck en Van Eyck.
Een netwerk van raakpunten, en als slagroom op de taart :
The Helga Pictures van Andrew Wyeth.

De zon scheen aangenaam warm toen ik terug buiten stond, en dat was nog terecht ook.

Maar wat me zal bijblijven is een anomalie te zijn in deze tempel tussen heren van middelbare leeftijd.
Wil ik een vooroordeel doorbreken, of speel ik de Nar ?

Antwerpen, 4 Mei, 2006.
Terug naar overzicht