Regen. Kom binnen. Blijf niet staan. Dat wil ik niet. Het is slechts zomerregen, maar je bent zo zwak. En kwetsbaar dun gekleed. Ja dat voel je goed maar trek je hand terug. Je natte vlees is vlees maar ik ben niet slechts je hond. Was je maar geen enig kind. Ik haat je ouders. Ook al heb je hen gemelkt. Zoals mij, en iedereen. Zelfs de regen.