The Rhyme.
Ik stopte geen der drie jongelingen
maar keek als een oude man
naar de schoolse hoofden
waarachter een razernij broeide
die ik niet meer kende.
Hoe ze aan de overkant
zeer zenuwachtig stonden wezen,
hun hoofden licht naar beneden,
af en toe kijkend langs de straat.
Daar zweefde met haar blonde haren
de sierlijke albatros heen en weer,
haar borstjes op en neer
welbewust van het verteer
uit een verre jongenswereld.
Drie jongelingen klampten
zich vast aan hun mast -
schuimende woeste waterwolven,
maar de albatros vloog te hoog,
ver boven de golven
naar een onbereikbare regenboog.
Wat was het lot hen slecht gezind,
want steeds harder moesten zij gaan
en steeds hoger ging de vogel
net door hun eigen woeste wind.
En ik was de oude zeeman
en zag met pijn
hoezeer de albatros de macht kon zijn
die jongens machteloos maakt.
Maar ach, laat ik eerlijk wezen :
ik wou ruilen nu het nog kon.
Maar nee, het was te laat.
Ik kon geen herinnerig meer halen
uit wat ik niet had meegemaakt.
Was ik meer geweest zoals zij waren,
geen boeken of verhalen,
maar woeste razernij,
ik zou glimlachen en niet klagen.
Antwerpen, Oktober 27 2007, in boekenbeursstemming.
Terug naar overzicht