Vaderland
Dat ik ooit op je schouders zat
en je mij zo gans het land liet zien
en je waar je vinger wees verwondering bracht.
Dat ik je met je oren als teugels liet draaien
en ik met mijn ogen als podlood
een lijn trok aan de horizon,
en jouw land op kaart zette.
Dat ik op elke heuvel een vraag stelde,
en er zo, op jouw schouders, een wereld groeide
van goed en kwaad, orde en chaos.
Dat weet ik nog.
Maar ik weet ook nog
dat ik heb staan roepen en tieren,
want toen ik zelf beneden stond
had je plots geen antwoorden meer.
Wat had je me niet verteld ?
Ik scheurde de kaart en liep weg,
voorbij de grenzen.
Nu, na al die jaren van rondzwerven
op blote voeten, vol blaren van waarheid,
nu ben ik terug thuis.
En ik glimlach als ik je weer hoor vertellen.
Want in mijn land is het jouwe nu slechts een tuin
en zie ik de schoonheid van weleer, maar in 't klein.
En ik zwijg.
Ik zal het beschermen, jouw land,
mijn vaderland.
Leef er nog goed.
Antwerpen, December 2004
Terug naar overzicht